Genetische thuistesten

Genetische thuistesten zijn genetische testen die een persoon via betaling online kan kopen. Voor steeds meer aandoeningen worden genetische thuistesten aangeboden. Meestal betreft het een commercieel aanbod. Uit onderzoek blijkt dat mensen zich als eerste tot de huisarts wenden bij vragen rond genetica; ook als het gaat om dit soort thuistesten. Deze testen worden overigens niet helemaal thuis uitgevoerd. De koper stuurt spuug of wangslijm op naar het lab en ontvangt in tweede instantie pas de uitslag. 

Voor diverse erfelijke ziekten en multifactoriële aandoeningen kunnen gebruikers genetische thuistesten aanvragen. Genetische thuistesten kunnen soms zinvol zijn, bijvoorbeeld als het gaat om dragerschaptesten voor monogeen overervende aandoeningen zoals cystic fibrosis. Meestal echter gaat het om slecht voorspellende testen op veel voorkomende multifactoriële aandoeningen, zoals type 2 diabetes. Deze testen voorspellen slecht om verschillende redenen. Zo betrekken genetische thuistesten voor multifactoriële aandoeningen bijvoorbeeld alleen genetische factoren bij het berekenen van de kans op ziekte. De klinische validiteit is daarom meestal zeer beperkt.

ALLES OPENEN
  • Wat zijn genetische thuistesten?

    Genetische thuistesten zijn genetische testen die een individu tegen betaling rechtstreeks kan aanschaffen bij een bedrijf of instelling via Internet. Bij aanschaf sturen deze een pakket toe met daarin onder andere een buisje of wattenstaafje voor afname van speeksel of wangslijm. Dit zendt de gebruiker naar het bedrijf terug. In het DNA wordt vervolgens de kans op een bepaalde ziekte (zoals Parkinson, prostaatkanker, diabetes) of eigenschap (zoals oogkleur, perceptie van bittere smaak) onderzocht. De voorspellingen worden gedaan aan de hand van genetische varianten of mutaties waarbij uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat ze verband houden met een verhoogde kans op de ziekte. Een voorspellende test heeft echter alleen waarde als de test goed onderscheid kan maken tussen mensen die een groot of een klein risico hebben om de ziekte (bij hun nageslacht) te ontwikkelen. De informatie zou vervolgens moeten leiden tot goede persoonlijke adviezen ten aanzien van leefstijl, medische interventie of reproductieve keuzes.

  • Voor welke ziekten en met welk doel?

    Er zijn genetische thuistesten voor diverse veel voorkomende multifactoriële aandoeningen, zoals trombose, baarmoederkanker, diabetes type 2.

    Ook voor diverse monogeen (autosomaal recessief) overervende ziektes, zoals cystic fibrosis, ziekte van Tay Sachs, zijn genetische thuistesten mogelijk. Deze zijn bedoeld om het risico op het krijgen van een kind met een erfelijke aandoening te bepalen.

  • Aanbieders

    Er zijn diverse bedrijven die genetische thuistesten aanbieden. Vaak zijn er aan de bedrijven zelf die genetische thuistesten verkopen geen artsen verbonden.

    Dit is wel het geval bij testen die vanuit de klinisch genetische centra worden aangeboden.

    De afdeling Klinische Genetica van het VUmc biedt aan paren met kinderwens een dragerschapstest aan voor cystic fibrosis (CF) (www.vumc.nl/CFtest). Deze test is bedoeld voor mensen die geen CF in de familie hebben. 

    Daarnaast zijn er een aantal klinisch genetische centra die een brede dragerschapstest voor meerdere ernstige erfelijke ziekten voor paren met kinderwens aanbieden. Meer informatie leest u hier.

  • Zijn genetische thuistesten zinvol?

    Genetische thuistesten mogelijk zinvol voor erfelijke aandoeningen

    Voor monogeen overervende aandoeningen, zoals cystic fibrosis (CF), kan een genetische thuistest zinvol zijn. Als uit een dragerschapstest bijvoorbeeld blijkt dat beide partners drager zijn van CF is bij iedere zwangerschap een kans van 1 op 4 (25%) op een kind met CF. Een genetische thuistest voor CF kan paren dan helpen bij het maken van een geïnformeerde keuze rondom kinderwens. 

    Genetische thuistesten zijn nog niet nuttig voor veel voorkomende multifactoriële aandoeningen

    Voor ziektes die multifactorieel overerven is het nut van genetische thuistesten vaak nog onduidelijk. De volgende redenen maken dat genetische testen voor multifactoriële aandoeningen meestal nog niet zinvol zijn.

    1. Voorspellende waarde van de genetische thuistest is beperkt 

    In korte tijd zijn in onderzoek vele associaties tussen varianten van genen (single nucleotide polymorfismen, SNPs; uitgesproken als “snips”) en risico’s op ziekten, zoals type 2 diabetes, gevonden. Deze onderzoeken worden vaak onder zeer grote groepen mensen uitgevoerd, waardoor zwakke verbanden wel statistisch significant kunnen zijn. In de multifactoriële etiologie van veel voorkomende aandoeningen, zoals diabetes, laten genen vaak een zwakke associatie zien en moeten dus ook andere factoren (overgewicht, beperkte lichamelijke activiteit, andere genen) een belangrijke rol spelen. Mogelijk is er ook sprake van interactie tussen genen (gen-gen interacties) en tussen genen en omgevingsfactoren (gen-omgevingsinteracties). Bij een genetische thuistest wordt vaak maar met een beperkt aantal genvarianten (SNPs) die geassocieerd zijn met de multifactoriële ziekte de ziektekans bepaald. Verder hebben deze genetische varianten ieder meestal maar een klein effect op de kans op de ziekte. 

    2. Genetische thuistesten betrekken alleen genetische factoren bij voorspelling kans

    Bij multifactoriële aandoeningen, zoals diabetes, spelen ook omgevingsfactoren en leefstijlfactoren een rol. Deze worden echter meestal niet meegenomen in de voorspelling op ziekte. Zelfs al worden in de toekomst alle genvarianten voor een multifactoriële ziekte bekend, dan nog blijft de voorspellende waarde van een genetische test beperkt, omdat in de meeste gevallen andere factoren ook een (belangrijkere) rol spelen.

    3. Berekende kans op een multifactoriële ziekte kan veranderen

    De kans op een multifactoriële ziekte die voorspeld is op grond van de genetische thuistest, is vaak veranderlijk. Dit komt, omdat er steeds nieuwe genetische varianten bekend worden in de wetenschappelijke literatuur die worden toegevoegd aan de test. Dat kan er toe leiden dat iemand die eerst een verhoogde kans had op een bepaalde multifactoriële aandoening, nu ineens een verlaagde kans heeft. 

    4. Algemene maatregelen ter preventie van multifactoriële ziektes zullen niet veranderen door genetische thuistesten

    Bij de uitslag van een genetische thuistest worden vaak leefstijlaanbevelingen gegeven zoals een gezond dieet, sporten, niet roken en matig alcoholgebruik. Maar deze adviezen gelden voor iedereen, niet alleen voor mensen die een verhoogde kans op een bepaalde multifactoriële ziekte hebben op grond van een genetische thuistest en de vraag is ook of mensen op basis van een genetische aanleg hun leefstijl daadwerkelijk zullen veranderen. 

    Conclusie

    Genetische thuistesten kunnen zinvol zijn, zoals dragerschapstesten voor monogeen overervende aandoeningen zoals cystic fibrosis ten behoeve van reproductieve keuzes. Voor multifactoriële aandoeningen zijn genetische thuistesten echter veelal nog niet nuttig. Hoewel talrijke associaties tussen genetische varianten en ziekten in snel tempo bekend worden, is het te vroeg deze informatie in de gezondheidszorg toe te passen. Met de hierboven genoemde redenen kan de huisarts  patiënten een realistischer beeld geven van het effect van genen op de kans op het ontstaan van multifactoriële ziektes. Zo kan de nadruk weer gelegd worden op leefstijlfactoren en familiegeschiedenis (een combinatie van genetische aanleg, overeenkomstig gedrag en gedeelde omgeving) als risicofactor voor het ontstaan van een multifactoriële ziekte. 

  • Bronnen

    Zie ook gerelateerde links