Obesitas

Bijna de helft van de volwassenen in Nederland heeft overgewicht (BMI>25). Bij ongeveer 1 op de 7 Nederlanders is sprake van obesitas (BMI>30).

Obesitas komt vaak voor in combinatie met hypertensie, hypercholesterolemie en diabetes mellitus type 2. Naast BMI is ook de vetverdeling van belang bij het maken van een inschatting van de gezondheidsrisico's van obesitas. Buikomvang is een belangrijke afgeleide maat voor de vetverdeling.

Obesitas is (meestal) een multifactoriële aandoening.

Er zijn meerdere factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van obesitas:

  • obesitas bij ouders geeft een verhoogde kans op obesitas bij hun kinderen. Omgevingsfactoren en gedragsfactoren zijn hierbij van belang.
  • leefstijl: een verkeerde balans tussen voedselinname en bewegen
  • een onderliggende ziekte zoals hypothyreoidie, PCOS of het syndroom van Cushing
  • medicatiegebruik zoals anti-depressiva of glucocorticoiden
  • in zeldzame gevallen kan sprake zijn van een onderliggende (monogene) erfelijke oorzaak

Reden om aan een monogeen erfelijke oorzaak voor obesitas te denken zijn bijvoorbeeld obesitas vanaf zeer jonge leeftijd, een afwijkend lichaamsgewicht t.o.v. directe familieleden of bijkomende verschijnselen zoals opvallende uiterlijke kenmerken of gedrags- of ontwikkelingsproblemen.