Prostaatkanker

Het risico voor mannen in Nederland om in de loop van het leven prostaatkanker te krijgen is ongeveer 12% (1 op de 8 mannen).

Bij ongeveer 5-10% van de gevallen van prostaatkanker lijkt sprake van een erfelijke verhoogd risico, maar de erfelijke aanleg kan niet altijd worden vastgesteld met DNA-onderzoek.

Indicaties voor verwijzing naar de klinisch geneticus zijn:

  • prostaatkanker bij ≥3 1e of 2e graads verwanten
  • prostaatkanker bij ≥2 1e of 2e graads verwanten met een diagnose ≤55 jaar
  • prostaatkanker in 3 opeenvolgende generaties, binnen 1 tak van de familie
  • prostaatkanker <60 jaar en borstkanker <50 jaar in dezelfde tak van de familie

Let op: de aard van de tumor en de wijze waarop deze is vastgesteld zijn van belang bij het beoordelen van de indicatie voor verwijzing. Als in een familie sprake is van patiënten met overwegend laag-risico tumoren* die d.m.v. PSA controles werden vastgesteld wordt terughoudendheid bij verwijzen geadviseerd.

*Gleason score ≤6; cT stadium ≤T2a; PSA ≤10 ng/ml

Verwijs daar waar mogelijk zoveel mogelijk het aangedane familielid. Eventueel DNA-onderzoek wordt namelijk bij voorkeur verricht op materiaal van een aangedaan persoon. De kans om een eventuele erfelijke aanleg aan te tonen is dan het grootst. Indien dit familielid zichzelf niet kan of wil laten verwijzen, kunnen 1e graads familieleden worden verwezen.

Een belangrijk erfelijke tumorsyndroom waarbij de kans voor mannen op prostaatkanker verhoogd is, is de erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker (met name mutaties in het BRCA2-gen).