Eierstokkanker

De kans voor vrouwen in Nederland om ergens in de loop van het leven eierstokkanker te krijgen is ongeveer 1-2% (1 op de 70 vrouwen).

Indicaties voor verwijzing naar de klinisch geneticus zijn:

  • Epitheliaal* ovarium / tuba of extra-ovarieel primair peritoneaal carcinoom, ongeacht diagnoseleeftijd

* Bij 80-90% van de gevallen van eierstokkanker gaat het om kanker van epitheliale oorsprong. Er zijn verschillende typen epitheliale tumoren (bijv. sereus, endometrioid, mucineus of heldercellig). Niet-epitheliale tumoren zijn bijv. de kiemceltumoren en de stromaceltumoren.

Verwijs daar waar mogelijk zoveel mogelijk het aangedane familielid. Eventueel DNA-onderzoek wordt namelijk bij voorkeur verricht op materiaal van een aangedaan persoon. De kans om een eventuele erfelijke aanleg aan te tonen is dan het grootst. Indien dit familielid zichzelf niet kan of wil laten verwijzen, kunnen 1e graads familieleden worden verwezen.

De kans om bij een vrouw met een epitheliaal ovariumcarcinoom een pathogene mutatie in het BRCA1- of BRCA2-gen vast te stellen is ongeveer 10%. Ook bij het Lynch syndroom is het risico op eierstokkanker voor vrouwen verhoogd.

Een zeldzaam erfelijk tumorsyndroom met een verhoogd risico op eierstokkanker is het Peutz Jeghers syndroom.