Casus 9: Waarom hebben meerdere kinderen in mijn familie het downsyndroom?

In de familie van Meryl Everett komt het downsyndroom voor: bij haar zus, (Jayne III:5) en bij een zoon van haar broer (Jason IV:3). Een zus van haar moeder overleed bij haar geboorte aan een ernstige congenitale hartafwijking en atresie van het duodenum. Meer informatie is niet bekend.

De stamboom van Meryl Everett

Stamboom casus 9
Vraag

  • Welk genetisch mechanisme vormt de meest waarschijnlijke grondslag van dit patroon?

ALLES OPENEN
  • Interpretatie

    De twee personen met het downsyndroom (Jayne en Jason, III:5 en IV:3) komen uit verschillende generaties. Anna (II:4), die bij haar geboorte is overleden, had congenitale anomalieën die worden geassocieerd met het downsyndroom. Ook valt op dat de vrouw van Meryl Everetts broer een miskraam had na 14 weken.

  • Erfelijkheidsoverwegingen

    Omdat drie personen in drie generaties aangedaan zijn met dezelfde aandoening, is er vermoedelijk sprake van genetische overerving. Het downsyndroom wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van 3 kopieën van chromosoom 21. Daarom hoeft genetische overerving (autosomaal recessief, autosomaal dominant, X-gebonden) niet te worden overwogen.

  • Naschrift

    Aan de oorzaak van het downsyndroom kan trisomie 21 (drie separaat blijvende kopieën van chromosoom 21) of een Robertsoniaanse translocatie ten grondslag liggen. Bij dit laatste is de derde kopie van chromosoom 21 verbonden met een ander chromosoom (alleen chromosoom 13, 14, 15, 21 of 22 kunnen hierbij betrokken zijn). Zie ook casus 8.
    Het is niet mogelijk om uit lichamelijk onderzoek trisomie 21 te onderscheiden van een Robertsoniaanse translocatie, omdat beide resulteren in dezelfde klinische kenmerken.

    Aanwijzingen voor erfelijke translocatie

    Jaynes moeder was 40 jaar toen Jayne werd geboren. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn voor een trisomie 21 veroorzaakt door een maternale non-disjunctie vanwege de hoge leeftijd.
    Toch vormen de aanwezigheid van tenminste twee (en mogelijk drie) personen met het downsyndroom plus de miskraam een aanwijzing dat er een mogelijk erfelijke translocatie is binnen de familie.

    Achterhalen van de karyotypering

    Het is dus van belang om de chromosomen van de twee aangedane personen te onderzoeken om hun karyotypering te achterhalen. Als bij beiden sprake is van trisomie 21, veroorzaakt door niet-samenhangende fouten in de celdeling, dan hebben andere familieleden geen verhoogd risico. Als er echter sprake is van een Robertsoniaanse translocatie bij Jayne en Jason, dan hebben de dragers van de translocatie een verhoogd risico op een kind met het downsyndroom.

    De overige familieleden

    Jayne en Jason bleken allebei een Robertsoniaanse translocatie tussen chromosoom 21 en chromosoom 13 te hebben. Aan de overige familieleden is onderzoek naar de karyotypering aangeboden. Trevor bleek – zoals valt af te leiden uit de stamboom – drager te zijn van de Robertsoniaanse translocatie, maar zijn zus Meryl had normale chromosomen.