Casus 9: Waarom hebben meerdere kinderen in mijn familie het Down syndroom?

In de familie van Petra Middelkamp komt het Down syndroom voor: bij haar zus, (Julia, III:5) en bij een zoon van haar broer (Jason IV:3). Een zus (Anna) van haar moeder overleed bij haar geboorte aan een ernstige congenitale hartafwijking en atresie van het duodenum. Meer informatie is niet bekend.

De stamboom van Petra Middelkamp

stamboom Petra Middelkamp
Vraag

  • Welk genetisch mechanisme vormt de meest waarschijnlijke grondslag van dit patroon?

ALLES OPENEN
  • Interpretatie

    De twee personen met het Down syndroom (Julia en Jason, III:5 en IV:3) komen uit verschillende generaties. Anna (II:4), die bij haar geboorte is overleden, had congenitale anomalieën die worden geassocieerd met het Down syndroom. Ook valt op dat de vrouw van Petra's broer een miskraam had.

  • Erfelijkheidsoverwegingen

    Omdat (waarschijnlijk) drie personen in drie generaties van de familie dezelfde aandoening hebben, is erfelijkheid van de aandoening zeer waarschijnlijk. Van Down syndroom is bekend dat het wordt veroorzaakt door een extra kopie van chromosoom 21. Daarom hoeft in dit geval autosomaal recessieve, autosomaal dominante of X-gebonden overerving niet te worden overwogen. Wel moet door het herhaaldelijk voorkomen van een chromosomale aandoening binnen een familie de mogelijkheid van een translocatie als oorzaak worden overwogen.

  • Naschrift

    Aan de oorzaak van het downsyndroom kan een vrije trisomie 21 (drie separaat blijvende kopieën van chromosoom 21) of een Robertsoniaanse translocatie ten grondslag liggen. Bij dit laatste is de derde kopie van chromosoom 21 verbonden met een ander chromosoom (alleen chromosoom 13, 14, 15, 21 of 22 kunnen hierbij betrokken zijn). Zie ook casus 8.
    Het is niet mogelijk om uit lichamelijk onderzoek een vrije trisomie 21 te onderscheiden van een Robertsoniaanse translocatie, omdat beide resulteren in dezelfde klinische kenmerken.

    Aanwijzingen voor erfelijke translocatie

    Julia's moeder was 40 jaar toen Julia werd geboren. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn voor een trisomie 21 veroorzaakt door een maternale non-disjunctie vanwege de hoge leeftijd.
    Toch vormen de aanwezigheid van tenminste twee (en mogelijk drie) personen met het Down syndroom plus de miskraam een aanwijzing dat er een mogelijk erfelijke translocatie is binnen de familie.

    Achterhalen van de karyotypering

    Het is dus van belang om de chromosomen van de twee aangedane personen te onderzoeken om hun karyotype te achterhalen. Als bij beiden sprake is van een vrije trisomie 21, veroorzaakt door niet-samenhangende fouten in de celdeling, dan hebben andere familieleden geen verhoogd risico. Als er echter sprake is van een Robertsoniaanse translocatie bij Julia en Jason, dan hebben de dragers van de translocatie een verhoogd risico op een kind met het Down syndroom.

    De overige familieleden

    Julia en Jason bleken allebei een Robertsoniaanse translocatie tussen chromosoom 21 en chromosoom 13 te hebben. Aan de overige familieleden is onderzoek naar de karyotypering aangeboden. De broer van Petra bleek – zoals valt af te leiden uit de stamboom – drager te zijn van de Robertsoniaanse translocatie, maar zijn zus Petra had normale chromosomen.

  • Datum laatste update/revisie: 21-10-2019