Casus 4: Waarom komen er zoveel botbreuken in mijn familie voor?

Ryan Johnson is bezorgd dat hij - of later zijn kinderen - een verhoogd risico hebben op botbreuken. Meerdere familieleden hebben voortdurend fracturen, in verschillende aantallen en ernst. Sommige familieleden hebben al fracturen na een heel gering trauma.

De stamboom van de familie Johnson

Stamboom casus 4

Vragen

  • Welke fysieke kenmerken horen bij deze aandoening en wat is het overervingspatroon?
  • Welke kenmerken in de stamboom bevestigen dit?

ALLES OPENEN
  • Interpretatie

    De eerste vraag is of de blauwe sclera en broze gebitten bij dezelfde aandoening horen die ook de fracturen veroorzaakt.

    De vader van Sarah Fox, George Johnson (I:1) had fracturen en een broos gebit, en werd doof op latere leeftijd. Zijn dochter Sarah (II:5) heeft blauwe sclera. Zijn kleinkinderen Gemma en Beth Fox (III:4, III:6) hebben allebei één van de symptomen van hun grootvader, respectievelijk een broos gebit en fracturen. Als deze mensen allemaal dezelfde aandoening hebben, ontstaat de indruk dat de uitingen ervan sterk verschillen van persoon tot persoon. De andere kinderen van Sarah Fox hebben geen symptomen.

    Jade Johnson (III:2) heeft alled rie de kenmerken: blauwe sclera, vijf fracturen en een broos gebit. Dit suggereert dat het de drie symptomen van de aandoening zijn. De andere familieleden hebben verschillende combinaties van deze symptomen.
    Als elke combinatie van de symptomen een indicatie is voor het hebben van de aandoening, kan de stamboom worden aangepast. Zo kunnen de aangedane personen geïdentificeerd worden. 

    Stamboom casus 4 gemarkeerd

  • Erfelijkheidsoverwegingen

    De kenmerken en symptomen horen bij de diagnose osteogenesis imperfecta type 1, waarvan bekend is dat het autosomaal dominant overgeërfd wordt.
    Het patroon in de stamboom bevestigt een autosomaal dominante overerving:

    • De aandoening komt voor in drie generaties
    • Mannen en vrouwen zijn aangedaan
    • Er is sprake van overdracht van man-op-man (dus is het gen niet X-chromosomaal)
    • Aangedane personen hebben zowel kinderen mét als zonder de aandoening.
  • Naschrift

    De mate van ernst en de aanwezigheid van de afzonderlijke symptomen van osteogenesis imperfecta verschillen van persoon tot persoon. Dit wordt variatie in expressie genoemd, iets wat kenmerkend is voor veel dominante afwijkingen. Daarom is het essentieel om iedereen in deze familie te onderzoeken op minimale symptomen (bijvoorbeeld blauwe sclera).

    Hoewel de ziekte slechts weinig symptomen kan geven, blijkt deze ‘volledig penetrant’ te zijn. Dit betekent dat iedereen die het afwijkende gen heeft geërfd, daarvan de fysieke symptomen heeft.