Casus 2: Waarom had mijn zoon Mark meerdere malformaties?

De familie van Pamela Smith heeft een geschiedenis van vroege miskramen (III:2, III:4 en III:5) en kinderen met meerdere malformaties die snel na de geboorte overleden: Mark (III:3) en Jane (II:3).

De stamboom van de familie Smith

Stamboom casus 2

Vraag

ALLES OPENEN
  • Interpretatie

    Het valt op dat Jane meerdere malformaties had en snel na haar geboorte overleed. Wellicht had zij dus dezelfde aandoening als Mark. Ook zijn er in deze familie meer miskramen dan men zou verwachten.
    De kinderen met meerdere malformaties zijn van beide geslachten. De aandoening komt voor in verschillende generaties.

  • Erfelijkheidsoverwegingen
    • Dominante overerving is onwaarschijnlijk omdat geen van de ouders zelf is aangedaan.
    • Autosomaal recessieve overerving is onwaarschijnlijk omdat Trevor en June Gill (I:3 en I:4), Pamela en Philip Gill (II:1 en II:2) en Robert en Patricia Gill (II:4 en II:5) allemaal dragers zouden moeten zijn voor een autosomaal recessieve ziekte. Dit is zeer onwaarschijnlijk. Zowel een mannelijk als een vrouwelijk kind had meerdere malformaties (dit pleit voor een autosomaal recessieve aandoening), maar het is ongebruikelijk dat dit in opeenvolgende generaties optreedt, omdat dan de partner (van buiten de familie) ook weer drager zou zijn van dezelfde autosomaal recessieve aandoening. (In zeer gesloten gemeenschappen waar veel onderling wordt getrouwd is dit overigens weer waarschijnlijker, in Nederland bijv. Katwijk en Volendam.) Zie ook onze informatie over dragerschapstesten. Deze stamboom wijst uit dat de ouders van de aangedane kinderen geen nabij onderlinge bloedverwantschap hebben.
    • X-gebonden recessieve overerving is uitgesloten, omdat zowel een man als een vrouw is aangedaan. Bovendien, de man die de gemeenschappelijke factor vormt tussen de aangedane kinderen (Philip Gill) heeft zelf de aandoening niet én hij heeft een aangedane zoon gehad (die zijn vaders Y-chromosoom heeft, en niet het X-chromosoom).

    Chromosomale afwijking

    Gezien de vroege miskramen en de twee kinderen in verschillende generaties met meerdere malformaties, kan men denken aan een chromosomale afwijking. Omdat geen van de ouders de aandoening heeft, is een gebalanceerde translocatie bij één van hen het meest waarschijnlijk. Hierbij zijn twee chromosomen ‘gebroken’ en de stukjes verwisseld weer ‘vastgeplakt’. Zie onderstaand plaatje bij translocatie. (Bron: Wikipedia)

    Casus 2 chromosomale afwijkingen

    Bij de verdeling van de chromosomen in de eicellen en de zaadcellen kan de totale erfelijke informatie daardoor ongebalanceerd (disbalans) verdeeld worden.
    Kinderen zijn gezond als ze beide ‘normale’ chromosomen krijgen of allebei de getransloceerde chromosomen (totale erfelijke informatie is dan immers volledig). Wanneer ze één ‘normaal’ chromosoom en één gebalanceerd chromosoom krijgen hebben ze van dat ene deel erfelijk materiaal drie kopieën (één teveel) en van één deel maar één kopie (één te weinig).

    Aanwijzingen dat een chromosomale disbalans (bijvoorbeeld te veel of weinig kopieën van bepaalde genen) de oorzaak is in een familie, zijn:

    • er zijn meer miskramen dan mag worden verwacht
    • de aangedane kinderen hebben meerdere malformaties in verschillende organen
    • de aandoeningen treden in verschillende stadia van de zwangerschap op
  • Naschrift

    Het blijkt dat Philip drager is van een gebalanceerde translocatie. Zijn dochter Cathy heeft een kans van 1 op 2 om drager te zijn van deze translocatie. Het is dan ook belangrijk om andere familieleden een onderzoek aan te bieden om het dragerschap van deze gebalanceerde translocatie uit te sluiten.